Diabetes bij katten - de belangrijkste inzichten

Gesloten
Gebruikersavatar
Brigitte
Berichten: 11006
Lid geworden op: 13 mar 2009 07:05
Insuline: was Lantus
Woonplaats: Eindhoven
Contacteer:

Diabetes bij katten - de belangrijkste inzichten

Bericht door Brigitte » 30 okt 2009 16:03

Diabetes bij katten, belangrijkste inzichten

Bron: “Understanding feline diabetes mellitus: pathogenesis and management” , J. Rand and R. Marschall, Waltham Focus, 15(3), 2005.

Dit is een vertaling van een infopagina op diabetes-katzen.net geschreven door Kirsten waarin de belangrijkste punten uit bovenstaand artikel worden genoemd.
  • Het aantal katten met diabetes ligt tussen 1:50 tot 1:400.
  • 80-95% van de katten hebben diabetes type 2.
  • Net zoals bij mensen is ook bij katten het aantal gevallen van diabetes aan het stijgen.
  • Diabetes treedt het meest op bij katten die tussen de 10 en 13 jaar zijn.
  • Er zijn verschillende risicofactoren bekend, waaronder ook problemen met de tanden en terugkerende ziektes.
  • De twee belangrijkste kenmerken van type 2 diabetes zijn een absoluut of relatief insulinetekort plus een ongevoeligheid voor insuline (ook resistentie genoemd). Wanneer een bepaalde hoeveelheid insuline tot een geringere daling van de bloedsuikerspiegel (bss) leidt, wordt gesproken van ongevoeligheid voor insuline.
  • Een chronische hoge bss beschadigt de bètacellen van de alvleesklier en leidt tot celdood.
  • Gezonde katten die een voeding krijgen bestaande uit 25% of 50% koolhydraten hebben 25% hogere waardes dan normaal tussen de 4 en 18 uur na de maaltijd.
  • Katten die nog geen diabetes hebben kunnen het risico om diabetes te ontwikkelen beperken door 10 minuten per dag te spelen.
  • De bètacellen van de alvleesklier zijn al in ernstige mate uitgevallen als de typische symptomen van diabetes zichtbaar worden.
  • In de bètacellen van diabetische katten is een verhoogde opslag van amyloïden meetbaar.
  • 50% van de katten met diabetes heeft symptomen van pancreatitis (ontsteking van de alvleesklier).
  • Gezonde katten waarvan de bss verhoogd werd tot 30 mmol/l (vermoedelijk met een glucose-infuus) hebben na 3 tot 7 dagen nog maar een minimale eigen insulineproductie. Na 4 weken is de meerderheid van deze katten diabetisch met een ketose (er zijn in ieder geval ketonen gemeten).
  • Het duurt 1 tot 12 weken tot de bètacellen zich van de glucosevergiftiging herstellen. De bss en de vrije vetzuren moeten hiervoor verlaagd worden.
  • Mensen met diabetes die goed zijn ingesteld produceren een beetje eigen insuline, mensen die slecht ingesteld zijn produceren bijna niets. Bij katten is dat vermoedelijk hetzelfde.
  • Katten die in remissie zijn kunnen weken of jaren later weer terugvallen. Het goed in de gaten houden van wateropname en de concentratie glucose in de urine zijn belangrijk. Snel beginnen met het opnieuw toedienen van insuline zorgt vaak voor een tweede remissie.
  • In de laatste jaren is het doel van de behandeling van diabetes veranderd: vroeger werd de bss onder controle gehouden, nu is het doel genezing van diabetes (remissie). De wijziging in het verwachtingspatroon wordt veroorzaakt door Lantus, een snelle goede controle van de bss, een koolhydraatarm dieet en thuis testen.
  • De behandeling van diabetes (met insuline) moet binnen enkele uren na de diagnose volgen en niet dagen of weken later, want de kansen op remissie zijn afhankelijk van het snel onder controle krijgen van de bss.
Bij katten die al langer diabetes hebben en pas later overstappen op een optimale behandeling is de kans op remissie kleiner.
  • Een goede instelling van de bss met NPH-, Lente- of Ultralente-insuline is moeilijk te bereiken en het risico op een hypo is groter. Vanwege dit risico wordt een instelling op normaalwaarden met deze insulinesoorten afgeraden.
  • 2x per dag spuiten van Lantus zorgt voor een betere controle van de bss.
  • Lantus kan het beste in de koelkast worden bewaard. Op die manier kan het langer dan 6 maanden gebruikt worden.
  • Bij katten zien we normaal gesproken slechts een geringe daling van de bss in de eerste 3 dagen na aanvang van de behandeling met Lantus, ook als een remissie binnen 4 weken bereikt wordt. Daarom mogen katten met een ketoacidose niet uitsluitend met Lantus behandeld worden. De groep van prof. Rand geeft 0,25 tot 0,5 IE/kg plus normale (reguliere) insuline intraveneus of intramusculair door middel van titratie om het gewenste effect te bereiken. Verder onderzoek is nodig om het toedienen van Lantus bij katten met een DKA te optimaliseren voordat hierover eenduidige instructies kunnen worden gegeven.
  • De optimale samenstelling van proteïnen, vet en koolhydraten in de voeding van katten met diabetes is nog niet bekend. Het aandeel proteïnen moet hoog zijn en het aandeel koolhydraten laag.
  • Bij diabetische katten met nierproblemen kan een dieet met een hoog aandeel proteïnen een negatief effect hebben. Bij deze katten word een dieet met een laag fosforgehalte aangeraden.
  • Katten met overgewicht zijn zeer ongevoelig voor insuline. Ze zouden minder calorieën moeten krijgen en ongeveer 1-2% van hun gewicht per week moeten verliezen.
  • Thuis testen heeft duidelijke voordelen voor de kat.
  • Anders dan bij Lente (Caninsulin) en PZI kunnen Lantus-katten bij een pre van 10 mmol/l hun normale dosis krijgen omdat het risico van een hypo minimaal is. Bij toepassing van deze methode wordt de algehele bss door Lantus verlaagd en dit is waarschijnlijk de reden voor het hoge aantal remissies. Terwijl bij Lente of PZI het laagste punt de basis vormt voor het aanpassen van de dosis is de behandelmethode met Lantus iets complexer.
  • Als na twee weken behandeling de waarde van de pre onder de 11,1 mmol/l ligt kan het toedienen van insuline gestaakt worden en er kan een 12 uurs curve gemaakt worden om te kijken of een remissie is opgetreden. De onderzoekers hebben echter ontdekt dat, om een stabiele remissie te bereiken, de meeste katten een geringe dosis insuline nodig hebben gedurende meerdere weken. Daarnaast is het zeer belangrijk om de insuline niet te snel te verlagen en niet te snel te stoppen.
  • Als een remissie is opgetreden moet de bss wekelijks en daarna maandelijks worden getest om bij een terugval snel te kunnen reageren.
  • Katten in remissie moeten koolhydraatarme voeding krijgen, lichaamsbeweging krijgen, niet (opnieuw) overgewicht krijgen en medicijnen die diabetes veroorzaken moeten worden vermeden.
  • Wateropname is een verwaarloosd aspect van een diabetesbehandeling. De wateropname correspondeert beter met een goede instelling dan de fructosaminewaarde (!). De wateropname moet over meerdere dagen gemeten worden omdat het van dag tot dag sterk kan variëren. Een gezonde kat die natvoer krijgt drinkt <10 ml/kg per dag. Met brokjes is dit <60 ml/kg per dag. Een perfect ingestelde diabetische kat die natvoer krijgt, drinkt <20 ml/kg per dag (met brokjes <70 ml/kg per dag).
Gesloten