Factoren die diabetische remissie kunnen voorspellen

Gesloten
Gebruikersavatar
Brigitte
Berichten: 10985
Lid geworden op: 13 mar 2009 07:05
Insuline: was Lantus
Woonplaats: Eindhoven
Contacteer:

Factoren die diabetische remissie kunnen voorspellen

Bericht door Brigitte » 29 jul 2009 15:57

Met dank aan Mosje voor het aanleveren van de vertaling.

ACVIM Forum 2008
ABSTRACT #299 FACTORS PREDICTIVE OF NON-INSULIN DEPENDENCE IN DIABETIC CATS INITIALLY TREATED WITH INSULIN. K Roomp1, JS Rand2 . 1Max Planck Institute for Informatics, Saarbrücken, Germany. 2Centre for Companion Animal Health, University of Queensland, Australia*
[vertaling en toelichting: mosje]

Katten met diabetes kunnen dikwijls binnen een periode van enige weken of maanden na de aanvang van de behandeling met insuline weer een situatie bereiken met normale bloedsuikerwaarden. Dit wordt diabetische remissie [of honeymoon, m.] genoemd. Het doel van dit onderzoek was om te bepalen welke factoren wellicht het bereiken van een remissie zouden kunnen voorspellen.
Er werden vijfenvijftig katten onderzocht. De gebruikte insuline was glargine [Lantus, m.] en de eigenaren van de katten gingen te werk volgens een protocol met een intensieve controle van de bloedsuikerwaarden**, waarbij de katten een dieet volgden met een laag gehalte aan koolhydraten. Katten waarvan werd vastgesteld dat ze leden aan acromegalie werden uitgesloten van de studie. Vijftig katten in het cohort waren aanvankelijk gedurende een periode van in de meeste gevallen 15 weken behandeld met andere typen insuline (47 met Caninsulin), maar waren er niet in geslaagd om remissie te bereiken voordat ze werden overgezet op glargine [Lantus, m.] en het intensieve protocol van bloedsuikerregulering.
Vijfendertig katten in het cohort (64%) bereikten remissie. Voor katten die binnen zes maanden voordat de diabetes werd vastgesteld behandeld waren met corticosteroïden was de kans op remissie groter dan voor de katten die geen corticosteroïden hadden gekregen (P 5 0.0014, Fisher’s exact test, 95% CI 2.45, Inf)*** Katten die ten tijde van de diagnose een plantigrade stand te zien gaven, of lichte tekenen van perifere neuropathie, zoals moeite bij het beklimmen van de trap, hadden een significant kleinere kans om remissie te bereiken (P 5 0.0036, Fisher’s exact test, 95% CI 0.018, 0.606). Toen echter katten met slechts een plantigrade stand werden onderzocht, dat wil zeggen toen katten met lichte tekenen van neuropathie werden uitgesloten, waren de verschillen niet meer significant.
Er was een significant verschil wat betreft de gemiddelde maximum benodigde insulinedosis tussen de katten die gedurende het onderzoek remissie bereikten (0,43 ie/kg 2x per dag) en katten die afhankelijk bleven van insuline (0,66 ie/kg 2x per dag) (P 5 0.016, Wilcoxon rank sum test met continuïteitscorrectie). Katten waarbij binnen 180 dagen (6 maanden) na de diagnose werd gestart met intensieve controle van het bloedsuikergehalte hadden een grotere kans om remissie te bereiken dan katten die meer dan 180 dagen na de diagnose op het protocol waren gezet (P o 0.001, Fisher’s exact test, 95% CI 2.42, 45.48).
Andere factoren die werden onderzocht waren:
  • leeftijd van de kat op het moment van de diagnose
  • geslacht van de kat
  • gewicht van de kat op het moment van de diagnose
  • een eventuele diabetische ketoacidose ten tijde van de diagnose
  • ontwikkeling van azotemie (te hoog stikstofgehalte in het bloed, m.) gedurende de behandeling
  • hyperthyreoïdie (overactieve schildklier, m.)
  • de frequentie waarmee hypoglycemische waarden werden gemeten
Geen van deze factoren hadden invloed op de kans op remissie. Er bleek geen negatieve relatie tussen ernstig overgewicht (obesitas) en remissie te bestaan.

We moeten concluderen dat voorafgaande behandeling met corticosteroïden, perifere neuropathie, een lagere maximumdosis insuline en intensive meting van bloedsuikerwaarden bij gebruik van Lantus (glargine) kunnen worden geassocieerd met een grotere kans op remissie in katten met diabetes.

--------------------------------------------------------------------

* Dit is een zo geheten ‘abstract’, een samenvatting van een nog niet gepubliceerd onderzoek, zoals gepresenteerd op het grote jaarlijkse congres van de Amerikaanse beroepsvereniging van dierenartsen ACVIM. Meestal volgt dan later een officiële publicatie in de vorm van een peer reviewed artikel. Peer reviewed wil zeggen dat het artikel en dus het onderzoek, is goedgekeurd door deskundige collega’s en voldoet aan eisen van wetenschappelijkheid. Omdat het hier slechts gaat om een abstract gelden de resultaten van dit onderzoek nog niet als onomstotelijk. Niettemin is dit wel een van de grotere onderzoeken in termen van het aantal katten en gaat het bovendien niet om laboratoriumtests, maar om real life-ervaringen zoals we die ook meemaken op diabeteskatten.nl.
De onderzochte 55 katten zijn namelijk katten van het Duitse Lantusforum. Onder andere daarom staat Kirsten Roomp (die zelf geen dierenarts is) samen met professor Rand vermeld als auteur. [mosje]
**Het bedoelde protocol is het Duitse protocol, zie http://www.tillydiabetes.net/de_6_protokoll2.htm [m.]
*** Wat steeds tussen haakjes staat zijn resultaten van statistische analyses. [m.]
Gebruikersavatar
Brigitte
Berichten: 10985
Lid geworden op: 13 mar 2009 07:05
Insuline: was Lantus
Woonplaats: Eindhoven
Contacteer:

Bericht door Brigitte » 26 jul 2015 18:28

De originele tekst:
ABSTRACT #299 FACTORS PREDICTIVE OF NON-INSULIN DEPENDENCE IN DIABETIC CATS INITIALLY TREATED WITH INSULIN. K Roomp1, JS Rand2 . 1Max Planck Institute for Informatics, Saarbruecken, Germany. 2Centre for Companion Animal Health, University of Queensland, Australia.

Diabetic cats treated with insulin are frequently able to maintain euglycemia without insulin therapy within weeks to months of beginning treatment, often termed diabetic remission. The aim of this study was to determine the factors which might predict non-insulin dependence in insulin-treated diabetic cats.

Fifty-five cats diagnosed with diabetes whose owners followed an intensive blood glucose regulation protocol using glargine and fed a low carbohydrate diet were studied. Cats diagnosed with acromegaly were excluded. Fifty cats in the cohort were initially treated with other insulins (47 with porcine lente insulin) for a median of 15 weeks, but failed to achieve remission prior to switching to glargine and an intensive blood glucose regulation protocol.

Thirty-five cats (64%) in the cohort achieved remission. Cats treated with corticosteroid in the 6 months prior to being diagnosed with diabetes were more likely to go into remission than cats without prior corticosteroid treatment (P 5 0.0014, Fisher’s exact test, 95% CI 2.45, Inf). Cats which displayed a plantigrade stance at diagnosis or milder signs of peripheral neuropathy such as a difficulty climbing stairs, were significantly less likely to go into remission (P 5 0.0036, Fisher’s exact test, 95% CI 0.018, 0.606). However, when cats with only a plantigrade stance were examined, that is, cats with milder forms of peripheral neuropathy were excluded, the results were no longer significant. There was a significant difference in mean maximum insulin dose between cats which became non-insulin dependent during the study (0.43 IU/kg BID) and cats which remained insulin dependent (0.66 IU/kg BID) (P 5 0.016, Wilcoxon rank sum test with continuity correction). Cats that started with intensive blood glucose control within 180 days (6 months) of diagnosis of diabetes were more likely to achieve non-insulin dependence than cats that were put on the protocol later than 180 days after diagnosis (P o 0.001, Fisher’s exact test, 95% CI 2.42, 45.48).

Other factors which were examined but were not predictors of remission were age at diagnosis, gender, weight at diagnosis, evidence of diabetic ketoacidosis at diagnosis, development of azotemia during therapy, hyperthyroidism and frequency of asymptotic hypoglycemia. Obesity was not negatively correlated with remission.

We conclude that prior corticosteroid treatment, peripheral neuropathy, lower maximum insulin dose and intensively managed blood glucose concentrations using glargine within 6 months of diagnosis are associated with higher rates of non-insulin dependence in diabetic cats.
Gesloten